De Bochel en de Hazenlip



________De Bochel en de Hazenlip________

Aan de toog van de dorpse kroeg…...
........zaten een aantal vaste klanten hun verdriet weg te drinken.
De ene was door zijn vrouw bedrogen, de andere was failliet verklaard, de ander had een auto-ongeluk gehad, de ander had een bochel, de ander had een hazenlip…..en ga zo maar door.!
Allen hadden verschillende achtergronden…....maar 1 ding bleken ze gemeen te hebben: de overtuiging, dat het leven hen het geluk niet gegund had……
Na de zoveelste keer elkaar de meestal dezelfde sterke verhalen verteld te hebben, rekende de man met de bochel af…………
…..en zei tegen zijn maten: “Ik ga naar mijn bedje......jongens……..het is genoeg geweest voor vandaag.!......Ik heb mijn kraag vol…!”.
Wankelend liep hij naar de deur en lalde: “Houdoe, jongens…”
“Houdoe…..”, ging het in koor aan de bar: “Tot morgen.!”
Buiten wachtte de gebochelde een ijzige kou…. en met één hand kneep hij de kraag van zijn dikke winterjas dicht om zich te beschutten tegen de kille wind.
“Godverdomme...wat een kutweer.”, dacht hij bij zichzelf. De afstand van zijn huis bedroeg normaliter 1000 meter, maar de terugweg vergde door het overmatige alcoholgebruik en zijn geslinger de dubbele afstand….
De vers gevallen sneeuw knarpste onder zijn schoenen…..
In veel Brabantse dorpjes lag het kerkhof vroeger pal naast de kerk……
…... en met daarnaast meestal de dorpskroeg. De man had van kleins af aan eerbied voor het kerkhof gehad……….
….maar de barre weersomstandigheden deden hem van gedachte veranderen: “Waarom loop ik niet schuin over het kerkhof…”, ging het door zijn hoofd.
Zo gezegd…...zo gedaan.
Voorovergebogen lopend, waardoor zijn bochel nog meer aftekende……
…..strompelde de man tussen de grafzerken om zo vlug mogelijk thuis te komen.
Ineens …...een knal…… boem…….een lichtflits……
De man schrok zich het apezuur………
Het kerkhof werd fel verlicht en boven de man hing plotsklaps een engel?......of een geest….?
Zag hij het goed? Op enkele meters boven de grond hing een aartsengel……..
Met zwaard en al.
….... “Die laatste biertjes had ik niet moeten nemen”, dacht de gebochelde hardop en wreef door zijn ogen.
Maar toen de helle verschijning ook nog eens kon begon te praten,..... wist hij, dat hij niet droomde. Met een diep stem sprak de schim: “Wie ben jij……..en wat doe jij hier in het midden van de nacht op het kerkhof.?”
De van de eerste schrik bekomen gebochelde stamelde: “Ik heet Jantje…..en ik loop hier schuin over het kerkhof om met deze kou sneller thuis te komen.”
“Oooh”, zei de aartsengel: “En heb jij heel je leven godvruchtig geleefd…..Jantje?”
De man had snel in de gaten gekregen, dat hij nog geen verkeerde engel getroffen had.
“Jazeker”, antwoordde de man: “Ik ga iedere zondag naar de kerk voor de hoogmis…..en ik doe geen vlieg kwaad.!”
“Oooh”, zei de engel: “Dat is mooi.!”
“En wat heb je daar op je rug….?”, vervolgde de engel.
“Dat is mijn bochel”, zei de man:.....”Daar ben ik mee geboren.”
“Oooh”, zei de engel en terwijl hij zijn zwaard in zijn linkerhand nam…..greep hij met de vrijgekomen rechterhand in een flits de bochel van de man van zijn rug.
Zoef…...weg bult.
De man geloofde zijn ogen niet en voelde ongelovig over zijn schouders.
Hij had gaan bult meer.!
Zielsblij bedankte hij zijn weldoener en huppelde van blijdschap naar huis.
Eerst bekeek hij zijn bochel-vrije rug in de spiegel om vervolgens intens gelukkig zijn roes uit te gaan slapen.
De volgende morgen werd de man wakker en als eerst voelde hij aan zijn rug om zich te vergewissen, dat hij alles toch niet gedroomd had.
Euforisch door het nieuwe geluk, dat hem overkomen was, popelde hij om zijn verhaal aan zijn maten in de bar te gaan vertellen. Klokslag 8 uur opende de waard van het café de deuren van zijn kroeg….en het verbaasde hem het overgelukkige gezicht van de gebochelde als eerste te zien: “Wat ben je vandaag vroeg….Jantje…..en wat zie je er blij uit.”
Jantje viel gelijk met de deur in huis…..
…..en zei tegen de cafébaas: “Geef me een biertje…...en neem er zelf ook ééntje…...en ik zal je vertellen, wat me overkomen is…..je zult je oren en ogen niet geloven.!
De kastelein was iets ongewoons aan Jantje opgevallen, maar wist aanvankelijk niet wat het was.
Ineens zag hij het: de bochel van Jantje was verdwenen.
“Jantje…...zie ik dat nu goed.?.......Is je bult weg.?
Met een stralend gezicht knikte Jantje van : “.....Jazeker, die is weg. Ongelooflijk, hè….?
“Wooow……!” stamelde de kastelein: “Hoe is dat nu mogelijk.?”
Jantje zag, dat de waard treuzelde met het tappen van zijn biertje en onderbrak hem: “Tap eerst even mijn biertje…...en ik zal je op mijn gemak het hele verhaal vertellen.”
Hij nam zijn alcoholische versnapering…..tikte met het glas tegen het glas van het pilsje van de waard en zei, terwijl hij de man in de ogen aankeek: “Proost!............op mijn nieuwe leven.!”
Hij nam een grote slok van het koude gerstenat en begon het hele verhaal in geuren en kleuren aan de waard te vertellen. Met open mond……..
……..luisterde de cafébaas naar het ongeloofwaardige gebeuren op het kerkhof en reageerde: “Ongelooflijk…...ongelooflijk…...het is te mooi om waar te zijn…….maar de verdwenen bochel op je rug is genoeg bewijs.!”
Later op de avond druppelde de ene na de andere stamgast binnen en iedere keer opnieuw moest Jantje zijn bochel-verhaal vertellen. Vooral aan de cafébezoeker met de hazenlip…..
…..kon maar niet genoeg krijgen van het fabelachtige verhaal. “Is dat hier op het kerkhof gebeurd?”, vroeg de man met de mismaakte bovenlip.
Zijn naam was Gijs…...maar iedereen in de bar noemde hem “Gijsje de bovenlip” (Eigenlijk zonder de bovenlip, want door zijn aangeboren handicap was het grootste deel van zijn bovenlip weg.)
Gijsje leed erg onder zijn handicap.
Zo was hij eens zijn bestelling in de plaatselijke friettent…..
….aan het doorgeven en zei: “Hee hiet…. .hesiaal…..en hee hihanhelle”
( twee friet…..speciaal…..en twee frikandellen )
De eigenaar van de cafetaria keek Gijsje aan en zei: “Wat zeg je Gijsje…..?”
Wederom zei Gijsje: “Hee hiet…...hesiaal…...en hee hihandelle”
De man voor de bakoven zei nogmaals, omdat hij Gijsje niet goed verstond: “Wat zeg je ….Gijsje?”
Nog een keer, maar iets duidelijker, voor zijn doen, zei Gijsje: “Hee hiet…...hesiaal…...en hee hihanhelle.”
De friettent eigenaar schudde met zijn hoofd en zei bedaard: “Ik versta je niet, Gijsje!”
Het hoofd van Gijsje zag je rood worden……..en met luide stem riep hij in de volle zaak: “Hee hiet…….hesiaal…....en hee hihandelle…...HOT-HE-HON-HE-HU.!” (GOD-NON-DE-JU!).
Maar zoals ik al zei, had Gijsje in zijn jeugd geleden door zijn lichamelijke afwijking, maar in tegenstelling tot Jantje was hij hierdoor verbitterd geworden en had een minder vriendelijk karakter opgebouwd. En godvruchtig had hij helemaal niet geleefd.
Aan de toog liet Gijsje zijn drink-maat tot in de treure het kerkhof-verhaal vertellen en alle stamgasten begonnen langzaam en stuk in hun kraag te krijgen.
“Loop je vannacht weer over het kerkhof…..?”, informeerde de aangeschoten Gijsje aan de ex-gebochelde.
“Nee,...vannacht niet”, antwoordde Jantje: “Daar heb ik niets meer te zoeken.!”

Tegen sluitingstijd startte de kroegbaas demonstratief met het poetsen van de toog en zei tegen de beschonken gasten: “Het is genoeg geweest voor vandaag, mannen…...Hoogste tijd…...politie te paard!”
“Hoezo politie te paard…?”, mompelde Jantje.
“Dat is niet zo….”, reageerde de kastelein: “Dat is een gezegde van vroeger.”
“Oh….”,zei de zatte Jantje: “Ik schrok al….!”
In vroegere tijd kwam de plaatselijke diender (mét of zonder paard) de kroeg sluiten…….
….Of zeggen, dat het sluitingstijd was. (Heb ik uit overlevering) In onze buurt cafés kwam de politieagent de kroegbaas waarschuwen en liet achter in de zaak, buiten van het zicht van de cafébezoekers, een paar dikke sigaren in zijn politiepet gooien.
Door deze beloning wist de cafébaas zich te verzekeren, dat de lange arm van de wet een oogje dichtkneep……
….en dat de kroeglopers nog genoeg tijd hadden om gerust een laatste neutje te bestellen.
Gijsje betaalde zijn rekening en wankelde naar de deur van het café: “Houdoe….jongens…...Tot morgen!”
“Houdoe Gijsje”, ging het in koor:....”Tot morgen.”
Die nacht was het nog kouder dan de afgelopen nacht.
Klappertandend…..
…….van de kou haastte Gijsje zich naar het kerkhof. Hoopvol liep hij tussen de besneeuwde grafzerken schuin over het beangstigende kerkhof.
Ineens ……..een knal………boem………..een lichtflits…….
Ondanks dat hij op deze flits gehoopt had, …..schrok hij zich ondersteboven.
Wat een mysterieus licht…..en een paar meter boven het aardoppervlak verscheen een op een engel gelijkende hemelgeest.
Met een holle stem zei de wonderlijke verschijning: “Wie ben jij…...en wat doe jij hier in het midden van de nacht op het kerkhof?”
Gijsje trilde van de spanning en begon nu ook nog eens te hakkelen: “Ik heet Gijsje…….en ik loop hier schuin over het kerkhof om met deze kou sneller thuis te komen.”
“Oooh “, zei de verschijning: “En wat heb jij daar onder je neus?”
“Dat is mijn hazenlip”, antwoordde Gijsje trillend: “Daar ben ik mee geboren.!”
“Oooh “, zei de engel: “En heb jij heel je leven godvruchtig geleefd…...Gijsje?”
Gijsje had helemaal niet godvruchtig geleefd, maar omdat hij zo geil was om van zijn hazenlip verlost te worden, loog hij dat het barstte: “Jazeker……. ik ga iedere zondag naar de kerk.”
“Oooh “, reageerde de engel: “Dat is mooi.!” en terwijl hij zijn zwaard der gerechtigheid in zijn linkerhand nam, zei hij: “Zooo…. dan heb je hier ook nog een bult…!” en duwde de bult van Jantje in een flits op de rug van Gijsje…..

(Grapje)

De bedoeling van Tattoo Donor met deze grap “De Bochel en de Hazenlip” is om mensen te laten lachen. Doch vroeger al schermde ik ervoor om niet over de rug van de mensen met een handicap de pias uit te hangen…..
Wanneer het leven toch al niet te scheutig met levensgeluk om gegaan is bij iemand met een handicap…..dan is een beetje clementie op zijn plaats. Desalniettemin wil ik ook graag tijd reserveren om over serieuze zaken te discussiëren….en te publiceren. Sommige mensen hebben alle geluk van de wereld…….andere iets minder.!
Ik wil niet louter de grappige moppentapper uithangen, maar tevens de geboren afwijking de hazenlip bespreken. Niet omdat ik een dokter ben, maar denk dat er voor de toekomstige Tattoo Donor Foundation (Zie “Tattoo Donor for Donor Organs ") een taak weg is gelegd om kinderen met een hazenlip te helpen.
Met plastische chirurgie kunnen specialisten met het in het toekomstige laboratorium van de Tattoo Donor Foundation gekweekte weefsel en huid de spleet van de bovenlip sluiten.
Vóór en na:

Vóór en na:

Vóór en na:

Vóór en na:

Vóór en na:

Vóór en na:
Het is belangrijk dat Tattoo Donor niet louter onzinnige grappen vertelt, maar ook zijn verantwoording ten overstaan van het welzijn van zijn kinderen kent.!
Daarom wijs ik onder andere op de Schisis Stichting Kolewa……..
Tattoo Donor zou echter niet de Tattoo Donor zijn……...als hij niet afsluit met een vrolijke noot…….

link - Harrie Jekkers - Willem met de hazelip - https://youtu.be/2NeLUIBWUG4

Soms moet er gewerkt worden……...Soms moet er gelachen worden…….

Wordt vervolgd……...

___Aangepaste Versie “De Bochel en de Hazenlip”___



(Foto: gratis foto Flickr)

“De Bochel en de Hazenlip” is een mop.
Een mop is een klein verhaaltje
Net een klein sprookje.
De moppentapper is eigenlijk een soort “Storyteller”
Deze storyteller kan ter plekke wijzingen in zijn verhaal aanbrengen.
Hij kan naar eigen goeddunken een verhaaltje een totaal een andere wending geven. 
Na de eerste publicatie van het artikel kreeg ik een stortvloed van kritiek over me heen van allerlei shisis-instanties. Het is nooit de bedoeling van een storyteller/moppentapper /Vrouwengek om mensen te kwetsen. Eigenlijk is het zijn bedoeling om mensen te laten lachen.
Daarom volgt nu de aangepaste versie van “De Bochel en de Hazenlip”:
“Lang…...lang geleden….. in een kasteel in een ver land……..
……...leefde er eens een storyteller.



(oto: gratis foto Pixabay)

Deze storyteller had een boek voor zijn kleine dochtertje gekocht……..”De grote Reus en de kleine Reus”……
Iedere zaterdag zei de kleine meid: “Pap…..lees nog eens keer voor uit De grote Reus en de kleine Reus”.
“Pap” was een storyteller en genoot ervan, dat hij zijn kleine dreumes zag genieten van het voorlezen. De kleine telg kon immers zelf nog niet lezen of schrijven….! Tot in de treure vertelde hij het sprookje aan zijn aandachtig toehorend meiske…..
Totdat op een dag bij de 100ste keer.….of zo…...tijdens het voorlezen zijn oogappeltje zei:
“Pap……….dat staat er niet.!”
De storyteller had de volgorde van de woorden enigszins anders verteld, omdat hij afgeleid was door een programma op TV.
“Hoezo staat dat daar niet…?”
“Nou….”, vervolgde de kleine meid: “Zo en zo…. staat het er.!
Ik kon mijn ogen en oren niet geloven.
Ondanks door het feit, dat ze zelf niet kon lezen of schrijven, corrigeerde ze me ter plekke.
Verbluft keek de storyteller haar aan en toen hij het verwerkt had…..vroeg hij haar ongeloofwaardig: “Hoe weet jij wat er precies in het boek staat…...je kunt niet lezen of schrijven…!”
Met een trots gezicht keek ze me aan en vervolgde: “Omdat ik dit boek helemaal van buiten ken.!” Nog meer ongeloofwaardiger keek ik haar aan: “Helemaal……?”
“Ja…..helemaal….!” De storyteller nam de proef op de som en begon bladzijde voor bladzijde om te bladeren.
Aan de hand van de foto's en door haar fotografisch geheugen had de kleine hummel het complete sprookje in haar brein vastgeankerd.
Woord voor woord !
Dus deze storyteller had geen schijn van kans om zich aanwijzingen of veranderingen te kunnen veroorloven tegenover zijn uk.
Doch een storyteller kan zich bij een “vers” verhaal wel permitteren om zijn vertelsels aan te passen. Hij heeft de “power” om een mop of sprookje naar eigen believen te corrigeren.
Dus “eat your heart out” en lees nu de aangepaste versie van “De Bochel en de Hazenlip”.
Blah…..blah…..blah……
“Ineens…...een knal…….boem…….een lichtflits…….



(Foto: gratis foto Pixabay)

Blah…….blah…...blah…
Gijsje zag, dat de engel op het kerkhof niet zo'n verkeerde was.!


(Foto: gratis foto Pixabay)

Blah…...blah…...blah……
Nog enigszins verblind door de verschijning hoorde Gijsje de engel vragen: “Wie ben jij….en wat doe jij s nachts hier op het kerkhof.?”
Gijsje trilde van de spanning en begon nu ineens ook nog te hakkelen: “Ik heet Gijsje…..en ik loop hier schuin over het kerkhof om met deze kou sneller thuis te komen.”
“Oooh…..”; zei de verschijning: “En wat heb jij daar onder je neus.?”
“Dat is mijn hazenlip “, antwoordde Gijsje trillend: “Daar ben ik mee geboren.!”
“Een hazenlip….?”, vroeg de engel: “Wat is een hazenlip…?”
Gijsje keek de engel brutaal aan en zei: “Een hazenlip is een aangeboren afwijking…...die meer bekend is onder de naam Schisis.!”


(Foto: gratis foto Pixabay)

“Schisis……?” mompelde de engel…….en je zag hem nadenken: “Schisis …..dat woord heb ik nog nooit gehoord…..!”
Meer dan vrijmoedig keek Gijsje de aartsengel diep in de ogen aan.
“Nog nooit van Schisis gehoord?..............Lees jij nooit Wikipedia…….of zo?!?”
De nog niet zo verkeerde engel zag je een tijdje nadenken…..en vervolgde: “Kijk Gijsje…….Ik weet niets van Schisis……...maar ik ga je helpen: Ik ken een storyteller, die bezig is met het oprichten van een stichting, die de Tattoo Donor Foundation gaat heten……..En daar gaan ze in de toekomst huid kweken om mensen met een hazenlip te helpen.!”
“Dat zou geweldig zijn…!”, riep Gijsje.

“Maar daar heb jij nu niets aan…........maar wacht.!”
De aartsengel nam het zwaard van gerechtigheid…..
….in zijn andere hand en met de vrijgemaakte hand greep hij in een flits de hazenlip van Gijsje ……….en gooide deze op de grote stapel lichaamsdelen, die hij op het kerkhof had liggen.




(Foto: gratis foto Pixabay)

Naast de bochel van Jantje.!
Zielsblij bedankte Gijsje zijn weldoener en huppelde van blijdschap naar huis.
Blah…...blah…….blah…….
De volgende morgen werd Gijsje wakker en als eerste voelde hij aan zijn gezicht om zich ervan te vergewissen, dat hij alles toch niet gedroomd had en dat zijn aangeboren afwijking werkelijk verdwenen was.
Blah…...blah…….blah…….
Euforisch door het nieuwe geluk dat hem overkomen was, popelde hij om zijn verhaal aan zijn drinkbroeders in de bar te gaan vertellen.
Vooral aan Jantje. Om hem te bedanken voor de verwijdering van de schending aan zijn gelaat.
Blah…...blah…...blah……
Gijsje en Jantje zaten gezamenlijk te keuvelen aan de bar en genoten zienderogen van hun nieuw verworven geluk.
“Proost…!”, zeiden ze: “We nemen er nog eentje op de toekomst.!”


(Foto: gratis foto Pexels)

En ze leefden nog lang en gelukkig.”
De moraal van het verhaal:
De meeste storytellers zijn super gevoelig. En willen de mensen vermaken. Ze hebben niet de intentie om mensen te kwetsen. Het enige wat ze voor ogen hebben is om lezers of toehoorders van hun sprookje te laten smullen.
De aartsengel in dit sprookje had de “power” om de afwijking bij Jantje in een flits weg te nemen.
Maar de storyteller heeft niet de power van de aartsengel en wil de lezers zeggen:
“Het leven is geen sprookje……!”
In het werkelijke leven is men genoodzaakt te roeien met de riemen die men heeft.
Doch als er de mogelijkheid bestaat om met de toekomstige Tattoo Donor Foundation op grote schaal Schisis-kinderen te helpen?………...wat let je?
Geen woorden………. maar daden.!
Of zoals we in Tilburg zeggen: “Genoeg geouwehoerd….!”....maar laten we spijkers met koppen slaan…..


(Foto: gratis foto Wikimedia Commons)

….en gezamenlijk vaart maken met de oprichting met de oprichting van de nieuwe stichting.
De toekomstige stichting heeft als doel om op grote schaal nieuwe huid te kweken. Huid die gebruikt kan worden bij operaties van personen met Schisis ....maar ik bedenkt me nu ook dat we in  de toekomstige Tattoo Donor laboratoriums ook onderzoek kunnen gaan doen naar Schisis.

Wie wil meehelpen.?

Voor meer verduidelijking....gelieve het artikel "Tattoo Donor for Donor Organs" .....te lezen.
In de Blogger tattoodonor.com 

To be continued…..


Comments

Popular posts from this blog

TATTOO DONOR

Veiligheid / Cassandra

TATTOO DONOR